Na de diagnose van de verwijzend arts voert de podotherapeut een uitgebreid onderzoek uit. Hiermee probeert de podotherapeut de oorzaak van de klachten te achterhalen. Dit onderzoek bestaat, afhankelijk van de klacht, uit:
1
) Een vraaggesprek waarin de klacht en daarmee samenhangende gegevens besproken worden.
2
) Het maken van voetafdrukken waarop de podotherapeut verschillende kenmerken van de voeten kan herkennen, de stand van de voet te zien is, de lengte van de voet bepaald kan worden en waarop een eventuele therapie ingetekend kan worden.
3
) Een voetonderzoek waarbij wordt gelet
op eventuele afwijkende botstructuren
en pijnplekken en de beweeglijkheid
van de voeten wordt beoordeeld.
4
) Een inspectie waarbij de voetstand en zonodig de houding worden bekeken op een podoscoop.
5
) Een ganganalyse waarbij wordt
gekeken hoe de voeten en het
lichaam functioneren tijdens lopen.
6
) Het opmeten van de voeten.
7
) Een schoeninspectie waarbij
de schoenen worden bekeken,
beoordeeld en opgemeten.
8
) Als de podotherapeut voldoende informatie heeft wordt de eventuele therapie besproken en voorgelegd aan de patiënt.
9
) Na goedkeuring van de patiënt worden
de benodigde hulpmiddelen vervaardigd.